Start duivensport Martin van Zon

 

Ik ben een leven lang duivenliefhebber. Duiven zijn altijd al in mijn leven geweest, vanaf mijn eerste herinneringen. Mijn vader had al duiven en zijn vader ook. Een broer van mijn vader was bevriend geraakt met een Belgische vluchteling, die voor de 2e wereldoorlog in Utrecht verzeild was geraakt. Samen speelde ze met duiven en deden dat echt geweldig. Ze verdiende daar hun zakgeld mee en deden dat met 2 duiven! Deze Belg zijn voornaam was Johan, kwam uit een familie van duivenspelers en selecteurs en zag veel meer aan een duif dan een gemiddelde duivenliefhebber.

Hij leerde mijn oom precies wat er allemaal aan de buitenkant van een duif te zien is. In de oorlog moesten ze hun duiven opruimen en ik heb mijn oom vaak horen vertellen hoe moeilijk en pijnlijk het voor hem was om zijn beste duif de “Vale” te moeten doden. Begin jaren 50 ging mijn oom samenspelen met mijn vader bij ons thuis in IJsselstein. Hij leerde ondertussen mijn vader alles over duiven wat hij geleerd had van zijn Belgische vriend. Mijn vader kreeg daardoor interesse in het beoordelen van duiven en vond dat eigenlijk steeds leuker. Duiven keuren werd uiteindelijk zijn grote hobby en hij deed dat ook al snel behoorlijk goed. Hij werd steeds bekender en kwam op steeds betere hokken.

Ik ging al gauw vaak met hem mee en leerde zo ook postduiven te beoordelen. Hoe goed hij was in het keuren op “vliegwaarden“ zal ik met een voorbeeld staven. Begin jaren 70 was er een heftige discussie gaande in het Postduiven Orgaan. De discussie ging tussen een groep duivenkeurders, die op vliegwaarde keurde (groep Hellingwerf). En enkele liefhebbers die beweerden dat er niets aan een duif te zien zou zijn en dat dit op vliegwaarden keuren allemaal hocus pocus was. Duivenogen waren voor een duif om te kunnen kijken en daar was voor een duivenkeurder verder niets aan te zien! (Sival Zetten).

 

Uitdaging

Een reporter genaamd Henk Peters uit Wierden schreef toen voor het Nederlands Postduiven Orgaan. Henk daagde iedereen uit die dacht iets van duiven te kennen om naar de Oostelijke kampioenendag te komen. Henk Peters wilde een einde maken, aan deze discussie door een ultieme test. Henk zou dan een aantal goede en minder goede duiven ter keuring aanbieden, waardoor de “kenners” zichzelf konden bewijzen. Mijn vader las deze uitdaging in het postduivenorgaan en gaf zich direct op voor deze ultieme test.

Ik heb hem zelf naar het centraal station in Utrecht gebracht, waar hij op zaterdagmorgen vroeg met de trein richting Almelo vertrok. Toen hij daar aankwam bleek dat er verder niemand in Nederland de uitdaging had aangenomen. Hij was alleen en hij werd grondig uitgetest, allerlei duiven door elkaar kreeg hij aangeboden goede/mindere goede/slechte en enkele hele goede duiven. Na afloop stond iedereen versteld. Hij haalde niet alleen de beste duif eruit, maar bijna de hele top tien.

Eén duif had hij zelf buiten de competitie gezet, omdat één van de schrijvers zijn mond voorbij had gepraat. De rest van de top tien had hij allemaal goed. De duif die mijn vader toen als beste classificeerde was een duif van Arend Doorten uit Dwingeloo die niet alleen een 1e nat. Bergerac had gevlogen, maar ook nog eens de beste asduif van WHZB was geworden.

Mijn vader is 3 dagen weggebleven en heeft bij veel toppers in het oosten van het land duiven gekeurd en geselecteerd. Duiven keuren is mij dus niet vreemd en met de paplepel ingegeven.

 

Ammerstol

In 1969 trouwde ik en verhuisde ik naar Ammerstol. Ik kon op dat adres zelf geen duiven houden, maar had toch een paar duiven in de schuur. Ik begon daar al snel een combinatie met Han ten Hennepe en we vlogen meteen in kampioenenstijl. Na enkele zeer succesvolle jaren verhuisde ik en zette een hokje van 3 meter in de tuin, samen met een hokje/rennetje van 120cm hoog voor de jonge duiven.

Ik vloog op deze mini accommodatie jaren in kampioenenstijl op de programma vluchten. Begin jaren tachtig begon ik op dit kleine hokje met fond duiven en werd al snel 2e kampioen van Zuid-Holland op de grote fond. Ik werd 2e achter het miljoenenhok van Bulakul. 

 

Combinatie met Ron de Jong.

Ik kreeg niet veel later een nieuwe buurman die ook in duiven was geïnteresseerd. Zijn naam was Ron de Jong.

Het klikte tussen ons en niet veel later begonnen we samen een combinatie. Onder de naam van Zon – de Jong hebben we een aantal geweldige mooie en succesvolle jaren beleefd. Het winnen van een auto op nationaal Bergerac was een van onze hoogtepunten. We zijn ook na mijn verhuizing naar Gouda en later naar Berkenwoude altijd vrienden gebleven. Zijn veel te vroege dood heb ik ervaren als een van mijn dieptepunten in mijn leven.

 

Verhuizingen

Eind jaren 80 verhuisde ik dus naar Gouda, het over wennen van mijn duiven van Ammerstol naar Gouda was binnen enkele dagen (ook dank zij Ron) geregeld. Ik speelde gewoon in kampioenstijl door met dezelfde duiven die top hadden gevlogen in Ammerstol. Ik speelde daar ook weer super op Barcelona (3 jaar op rij de 1e in het inkorf centrum ) en één van de beste uitslagen van Nederland 5 mee, 100% vroeg in de prijzen. In 1993/94 verhuisde ik naar Berkenwoude, daar begon ik opnieuw met programmaduiven. Ik bouwde toen een stam duiven op waar ik nu nog steeds over beschik en ook mee speel. Ik speelde daar jaren in kampioenstijl, met veel top noteringen op alle afstanden.

In 2014 ben ik verhuisd naar Krimpen a/d Lek en speelde direct weer goed met de jonge duiven. We staan nu ( 2016) weer goed gesteld en gaan vol vertrouwen de toekomst tegemoet. Heb mijn hele leven goed gespeeld en denk dat dit te danken is aan de kwaliteit van de door mijn aangeschafte basis- kweekduiven gecombineerd met een zware selectie die het hele jaar doorgaat!!.

 

De hand kan niet zonder de mand en de mand kan niet zonder de hand

 

Martin van Zon